Het Israëlische kabinet heeft ingestemd met een gevangenenruil met de Libanese Hezbollah-beweging. Israël laat vijf Hezbollah-strijders gaan, in ruil voor de lichamen van twee Israëlische soldaten die in 2006 gevangen werden genomen.

De Israëlische premier Olmert zei gisteren voor het eerst dat de soldaten Eldad Regev en Ehud Goldwasser niet meer in leven zijn. Ze zouden volgens Olmert al tijdens of vlak na hun gevangenneming zijn omgekomen. Hezbollah heeft daar nooit informatie over willen vrijgeven. De verdwijning van Regev en Goldwasser vormde het startsein voor de Tweede Libanon-oorlog.

Het akkoord is omstreden omdat Israël voor levende gevangenen slechts lichamen terugkrijgt. De chefs van de Israëlische veiligheidsdiensten hebben tot op het laatste moment geprobeerd om de ruil te voorkomen. Volgens hen schept het akkoord een gevaarlijk precedent. Dode krijgsgevangen zouden bij toekomstige onderhandelingen net zoveel waard zijn als levende.

Uiteindelijk is het kabinet toch gezwicht voor de publieke druk, gecreëerd door de families van de soldaten. Het onderwerp werd de afgelopen maanden breed uitgemeten in de Israëlische media. Voor- en tegenstanders vlogen elkaar voortdurend in de haren bij vaak emotionele debatten over de gevangenenruil.

Vooral de vrijlating van de Libanees Samir Kuntar stuit op veel verzet. Hij zit al sinds 1979 vast wegens de moord op een Israëlisch gezin met twee dochtertjes van twee en vier jaar oud.

Comments

Leave a Reply